Voor 1918

De eerste slavische stammen vestigden zich in het gebied tussen de Hoge Tatra's en de Donau in de zesde eeuw. In de negende eeuw ontstond het Groot-Moravische Rijk dat het huidige Moravië (de oostelijke helft van de Tsjechische Republiek) en Slowakije en een deel van Oostenrijk en Hongarije omvatte. Het was een rijk met een bloeiende economie en cultuur. In de tweede helft van de negende eeuw kwamen de apostelen Constantijn (Cyrillus) en Metodus de Christelijke leer verkondigen in de taal van het volk van Groot-Moravië. Deze twee apostelen (en broers) hebben grote invloed gehad en nog jaarlijks wordt op 5 juli hun komst zowel in Slowakije als in Tsjechië gevierd met een vrije dag.

Aan het begin van de tiende eeuw vielen Hongaren het gebied van het Groot-Moravische Rijk binnen en vestigden zich in de Donau laagvlakte. Ook het gebied van het huidige Slowakije werd door hen beheerst. Duizend jaar, tot 1918, hebben de Slowaken onder Hongaarse heerschappij geleefd.

Habsburg monarchie na 1867
Habsburg monarchie na 1867. Paars: Oostenrijk; rood: Hongarije; rood-paars: gezamenlijk bestuur.
Milan Rastislav Štefánik
Milan Rastislav Štefánik

Na 1867 bestond de Habsburg monarchie uit twee delen: Oostenrijk en Hongarije. Hongarije omvatte het huidige Hongarije en Slowakije, een deel van de huidige Oekraïne, Transylvanië (groot deel van het huidige Roemenië), Vojvodina (behoort nu tot Servië) en Kroatië. Slowakije was in economische ontwikkeling achtergebleven; er was veel grootgrondbezit, weinig industrie en de banken waren voornamelijk in Hongaarse handen. Er heerste armoede en werkloosheid. Bovendien werden alle niet-Hongaarse volkeren onder druk gezet om te assimileren tot Hongaren. Geschat wordt dat zo'n 180 000 Slowaken emigreerden naar Amerika. Onder hen bijvoorbeeld ook de ouders van de latere kunstenaar Andy Warhol.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er door de vooraanstaande Tsjechen Masaryk en Beneš en de Slowaak Štefánik intensief bij de geallieerden gelobbied om na de oorlog, als het Habsburgse Rijk verslagen zou zijn, een nieuwe staat Tsjecho-Slowakije te vormen. De Tsjechische en Slowaakse taal zijn nauw verwant (te vergelijken met de verwantschap tussen het Nederlands en het Zuid-Afrikaans) en samen zouden de slavisch sprekenden een duidelijke meerderheid vormen tegenover de Duits en Hongaars sprekende minderheden in het land. Bovendien zou de nieuwe staat beter opgewassen zijn tegen eventuele Hongaarse en Oostenrijkse pogingen om de vooroorlogse orde te herstellen dan wanneer er twee aparte landen Tsjechië en Slowakije zouden worden gevormd. Over de staatkundige verhouding tussen het Tsjechische en het Slowaakse deel van de nieuwe staat bestond nog onduidelijkheid. Mede om de geallieerden voor het nieuwe idee te winnen werd vaak gesproken over 'het Tsjechoslowaakse volk', een begrip waar niet iedereen in Tsjechië en (vooral) Slowakije achter stond. In een verklaring van Tsjechische en Slowaakse emigrantenorganisaties in Cleveland (VS) van 1915 was echter sprake van een federatie; terwijl in de verklaring van Pittsburg (mei 1918), mede ondertekend door Masaryk, de Slowaken autonomie werd beloofd binnen het kader van de gemeenschappelijke staat.

Bratislava
Bratislava voor 1918.

Bronnen

Boeken
  • Edwin Bakker (1997) Minority conflicts in Slovakia and Hungary?, Capelle a/d IJssel: Labyrint Publication.
  • Róbert Letz (2010) Slovenské Dejiny IV 1914 - 1938, Bratislava: Literárne Informačné Centrum.
  • Ľubomír Lipták (2011) Slovensko v dvadsiatom storočí, Bratislava: Kalligram.
  • Elena Mannová (ed.) (2003) Krátke Dejiny Slovenska, Bratislava: Academic Electronic Press.
Filmpjes