1989 - 1993

Fluwelen revolutie
Fluwelen revolutie.

In de Sovjet-Unie is enkele jaren eerder Gorbatsjov partijleider geworden, die probeert met 'glasnosť' en 'perestrojka' het vermolmde systeem te vernieuwen. Hij wordt daarin niet gevolgd door de oude mannen die in Tsjechoslowakije aan de macht zijn. Als in 1989 in Polen en Hongarije ook niet-communisten in de regering komen en de grens tussen Hongarije en Oostenrijk een open vluchtroute wordt voor Oost-Duitsers, is de situatie ook voor de overige Oost-Europese communistische dictaturen onhoudbaar geworden. Op militaire steun van de Sovjet-Unie valt ook al niet meer te rekenen. Op 17 november 1989 wordt een studentendemonstratie in Praag hardhandig uit elkaar gedreven, maar dit leidt slechts tot groter verzet van de bevolking. In Praag wordt het Burgerforum opgericht als coördinatiecentrum van acties tegen het regime; in Bratislava ontstaat het soortgelijke centrum 'Publiek tegen Geweld' (VPN).

VPN
Publiek Tegen Geweld.
Dubček en Havel
Alexander Dubček en Václav Havel.

Iedere avond worden nu demonstraties gehouden en worden het einde van het machtsmonopolie van de CP en vrije verkiezingen geëist. Op 27 november volgt een algemene staking, waarna de regering de dialoog aangaat met de oppositie. Dit leidt tot een regering van nationale verzoening. Alexander Dubček wordt opgenomen in het parlement en tot voorzitter gekozen. Gustav Husák moet zijn functie van president opgeven. Als zijn opvolger wordt de meest bekende en vooraanstaande dissident Václav Havel gekozen. Binnen enkele weken is de communistische dictatuur zonder bloedvergieten ontmanteld. De omwenteling krijgt de naam 'Fluwelen Revolutie'.

Vladimír Mečiar
Vladimír Mečiar.

In het voorjaar van 1990 worden de eerste vrije verkiezingen gehouden. In Slowakije wordt Publiek tegen Geweld de grootste partij; in Tsjechië wint het Burgerforum. Premier in Slowakije wordt Vladimír Mečiar. De centraal geleide (communistische) economie moet worden hervormd. De voor Slowakije belangrijke wapenindustrie wordt afgebroken, waardoor er grote werkloosheid ontstaat. Het wantrouwen tussen 'Praag' en Slowakije wordt aangewakkerd, onder andere door de Slowaakse Nationale Partij, maar ook door de Tsjechische pers. In 1990 ontstaat er geharrewar over de naam van de republiek: Tsjechoslowakije of Tsjecho-Slowakije (de 'koppeltekenoorlog'). Hierbij staat de aan- of afwezigheid van een koppelteken symbool voor de (on)gelijkwaardigheid van de beide gebiedsdelen. De emoties lopen hoog op. Uit een opiniepeiling van januari 1992 blijkt dat 41% van de Tsjechen vindt dat de Slowaken worden bevoordeeld; 52% van de Slowaken vindt het omgekeerde. Respektievelijk 1% en 3% vindt dat de eigen republiek wordt bevoordeeld. In Slowakije leeft sterk het gevoel dat Praag de buitenlandse betrekkingen monopoliseert; daardoor blijft Slowakije onzichtbaar voor het buitenland en mist het de nodige buitenlandse investeringen. Voortdurend zijn er meningsverschillen over de bevoegdheden van de federatie versus die voor de afzonderlijke republieken.

In 1992 zijn er opnieuw verkiezingen. In Tsjechië wint de partij van Václav Klaus; in Slowakije de HZDS van Vladimír Mečiar. Klaus is een neoliberale econoom: hij wil een kleine overheid en een doorslaggevende rol voor de markt. Mečiar en zijn beweging schrikken terug voor een al te radicale overgang naar een markteconomie, die in Slowakije tot grote werkloosheid en sociale onrust zou leiden. Ook qua persoonlijkheid zijn er grote verschillen: Klaus is meer de koele, berekenende (volgens velen arrogante) strateeg, Mečiar flamboyant en onberekenbaar. Toch zijn deze twee op elkaar aangewezen bij het vormen van een nieuwe federale regering. Een belangrijk probleem bij de onderhandelingen tussen Klaus en Mečiar na de verkiezingen is de grondwet die er in de communistische tijd niet zo veel toe deed omdat het machtsmonopolie niet bij parlement of regering lag, maar bij de (centraal georganiseerde) CP. Na de revolutie is deze grondwet uiterst onpraktisch en moet hij nodig worden gewijzigd. Slowakije wil graag internationale zichtbaarheid; de Tsjechen houden vast aan een centraal geleide staat. Verder zien de Tsjechische onderhandelaars Slowakije vooral als een blok aan het been bij de hervorming van de economie. Omdat de onderhandelingen achter gesloten deuren plaatsvonden, is het nog steeds onduidelijk wat en wie de aanzet heeft gegeven tot het besluit om de federatie op te heffen en op te delen in twee aparte staten. De gangbare versie is dat de Slowaken, verblind door nationalisme, de scheiding hebben gewild; er is echter ook veel te zeggen voor de theorie dat de Tsjechen (lees: Klaus) de samenwerking met de economisch zwakke Slowaken en met de zichzelf tegensprekende linksige Mečiar niet zagen zitten. Sommige Slowaakse bronnen beweren dat de Tsjechen al van het begin af aan uit waren op een breuk, maar door handige 'framing' de 'schuld' bij de Slowaken wisten te leggen. In ieder geval is het resultaat van de onderhandelingen dat de federatie per 31 december 1992 wordt opgeheven. Er is door sommigen (onder andere door president Havel) nog gesuggereerd om een referendum te houden over de scheiding, maar er ontstaat geen brede beweging die tegen de opsplitsing in het geweer komt; de bevolking is, hoewel voor het grootste deel tegen de opsplitsing, tamelijk apathisch. Er ontstaan met ingang van 1 januari 1993 twee nieuwe onafhankelijke staten: de Tsjechische Republiek en Slowakije.

Mečiar en Klaus
Vladimír Mečiar en Václav Klaus.

De 'fluwelen' scheiding zelf verloopt buitengewoon vreedzaam en ordelijk; alle bezittingen worden zo veel mogelijk in de verhouding 2:1 verdeeld.

Bronnen

Boeken
Filmpjes