1938 - 1948

Begin 1939 vond Hitler het tijd worden om ook het overgebleven romp-Tsjecho-Slowakije verder af te breken. Net als in het najaar van 1938 gebruikte hij daarvoor interne tegenstellingen: in 1938 tussen de Duitse minderheid en het centrale gezag, in 1939 tussen de nationalistische Slowaken en de Praagse regering. Bij diverse gesprekken tussen vertegenwoordigers van Slowakije en Duitsland werd er bij de Slowaken op aangedrongen om zich onafhankelijk te verklaren. De Tsjechoslowaakse president Hácha, wantrouwig geworden over deze gesprekken, ontsloeg Tiso als minister-president van Slowakije en stuurde het leger naar Slowakije. Er ontstond een onduidelijke situatie. De Duitsers nodigden Tiso uit om naar Berlijn te komen, waar hij op 13 maart met het ceremonieel van een bezoekend staatshoofd werd ontvangen. Tiso kreeg van Hitler de keuze: òf Slowakije onmiddellijk onafhankelijk verklaren òf Slowakije zou worden opgedeeld tussen Duitsland, Polen en Hongarije. Op 14 maart verklaarde daarop het Slowaakse parlement zonder discussie unaniem Slowakije onafhankelijk. De zelfde dag kon de Tsjecho-Slowaakse president Hácha in Berlijn weinig anders doen dan een door Hitler voorgelegd document ondertekenen waarin het overgebleven deel van Tsjecho-Slowakije onder direct Duits bestuur kwam: het Protectoraat Bohemen en Moravië.

De Slowaakse onafhankelijkheidsverklaring heeft lange tijd de verhouding tussen Tsjechen en Slowaken belast. Hoewel zij een rechtstreeks gevolg was van de conferentie van München en de agressie van Duitsland, voelde het voor de Tsjechen als verraad, als een dolkstoot in de rug.

Slowakije was weliswaar formeel onafhankelijk, met Tiso als president, maar in feite met handen en voeten gebonden aan Duitsland. In een officieel verdrag nam Duitsland de 'bescherming van de politieke onafhankelijkheid van de Slowaakse staat en de integriteit van haar grondgebied' op zich. Omgekeerd moest Slowakije zijn buitenlandse politiek uitvoeren 'in nauw overleg met de Duitse weermacht'.

Tiso bij Hitler
Vodca (de Leider) op bezoek bij de Führer.

Het Slowaakse leger nam deel aan de aanval op Polen in september 1939 en op de Sovjet-Unie in juni 1941; in december 1941 werd Engeland en de Verenigde Staten de oorlog verklaard. De verhouding met Hongarije was dubbelzinnig: enerzijds waren beide landen bondgenoten van Duitsland, anderzijds had Hongarije bij het ontstaan van Slowakije een deel van het Slowaakse grondgebied ingepikt (Slowaakse visie), respectievelijk teruggekregen (Hongaarse visie). Beide landen beklaagden zich regelmatig in Berlijn over de ander en probeerden om het hardst bij de Duitsers in het gevlei te komen om zo hun belangen tegenover de ander te verdedigen.

Economisch gezien ging het niet slecht. Duitsland had behoefte aan allerlei goederen, waaronder wapens, en Slowakije kon die leveren. Slowakije was een diktatuur, met één partij, een uitgerangeerd parlement, een president die vanaf 1942 de titel 'Leider' kreeg en die samen met de regering alle macht had. Tiso, die zelf priester was, had grote steun van de rooms-katholieke kerk. Binnen de heersende macht bestond echter ook een radikalere, nationaal-socialistische vleugel, geleid door de premier, Vojtech Tuka, maar uiteindelijk bleef Hitler, die doorslaggevende invloed had, Tiso steunen.

Het antisemitisme, dat altijd al aanwezig was geweest in de HSĽS, kreeg een wreder karakter. In 1939 leefden in Slowakije 90 000 Joden, waarvan enkele duizenden vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. Zij werden onderworpen aan steeds verdergaande discriminerende maatregelen: ze mochten bepaalde beroepen niet meer uitoefenen, hun bedrijven, grond en winkels werden overgenomen door 'ariërs'.

Hlinka Garde
Leden van de Hlinka Garde knippen de baard van een oude Jood af.

In september 1941 werd de zogenaamde 'Joodse codex' van kracht waarin het begrip 'Jood' werd gedefinieerd op basis van hun ras. Joden moesten een ster dragen, konden niet vrij reizen, zich buiten bepaalde uren niet op straat begeven, mochten geen auto's of fietsen, radio's of fototoestellen bezitten, hadden beperkt toegang tot parken, bioscopen, zwembaden, café's en restaurants en ze werden het slachtoffer van haatpropaganda en geweld door de Hlinka Garde. Vanaf 25 maart tot 20 oktober 1942 werden 57 500 Joden getransporteerd naar de Duitse vernietigingskampen. Slechts enkele honderden overleefden de kampen. De tweede golf deportaties vond plaats vanaf september 1944 tot maart 1945. Toen werden nog eens 13 500 Joden naar de concentratiekampen gestuurd. Hiervan kwamen ongeveer 10 000 om. De katholieke kerk reageerde slapjes, en bekritiseerde slechts de maatregelen tegen christelijk gedoopte Joden en de rassenwetten van 1941. Ook tegen de Róma (zigeuners) werden tal van discriminerende maatregelen uitgevaardigd en na de Slowaakse Opstand van 1944-1945 werden velen door Duitse SS-eenheden vermoord. Róma in door Hongarije bezette gebieden werden naar Duitse concentratiekampen gedeporteerd.

Velen in Slowakije accepteerden het regime (tot de jodenvervolging) als het minste van twee kwaden, maar er was ook verzet, met name van communisten, sociaal-democraten, protestanten en liberalen. Communistische groepen waren goed georganiseerd en hadden contact met Moskou; het niet-communistische verzet had contact met de Tsjechoslowaakse regering in ballingschap in Londen. Deze regering in ballingschap streefde naar herstel van het vooroorlogse Tsjechoslowakije. Eind 1943 besloten de Slowaakse communisten en burgerlijke oppositiegroepen samen te werken en samen de Slowaakse Nationale Raad op te richten. Toen de Sovjet-troepen in het offensief waren, ontstond het plan om een opstand te ontketenen om zo de snelle doorbraak van het Rode Leger mogelijk te maken. In de loop van augustus 1944 voerden partizanen diverse acties tegen colloborateurs van het regime. Daarop begonnen Duitse eenheden op uitnodiging van Tiso op 29 augustus Slowakije te bezetten. De strijd zou twee volle maanden duren, waarin Midden-Slowakije werd beheerst door de opstandelingen; daarna bleven kleine groepen partizanen de Duitsers het leven zuur maken.

SNP
Gearceerde gebied: in handen van de Slowaakse Nationale Opstand. Bruine gebied: in 1938 bij Hongarije gevoegd.

Met de Slowaakse Nationale Opstand (SNP) konden de Slowaken het negatieve beeld dat was ontstaan in 1938 en 1939 corrigeren. In plaats van zich te onderwerpen aan de macht van een vreemde mogendheid en de politieke ideologie hiervan over te nemen, kwamen de Slowaken nu in opstand tegen het regime en vochten ze terug. Eind april 1945 was heel Slowakije bevrijd.

Tsjechoslowakije kreeg, afgezien van Roethenië, dat door de Sovjet-Unie werd ingelijfd, de grenzen terug van voor 1938. Op basis van de zogenaamde Beneš-decreten, gebaseerd op het principe van collectieve schuld, werden de Tsjechoslowaakse Duitsers gedwongen het land te verlaten. Hierbij ging het er niet zachtzinnig aan toe. Er kwam een overeenkomst met Hongarije waarin tot een uitruil van 74 000 Hongaren en 73 000 Slowaken in de grensstreek werd besloten. Enkele tienduizenden Hongaren werden vanuit Slowakije naar de Tsjechische grensstreken overgebracht waar ze de leemte door de vertrokken Duitsers moesten opvullen. Tiso werd berecht en kreeg de doodstraf. Er zijn in Slowakije nog steeds mensen die hem als een soort 'burgemeester in oorlogstijd' verdedigen en beweren dat hij juist een matigende invloed heeft gehad bij de jodenvervolging.

Hoewel in maart 1945 in Moskou in een overeenkomst tussen vertegenwoordigers van de Londense regering in ballingschap en de leider van de Tsjechoslowaakse communisten, Gottwald, de Slowaken nog was beloofd dat ze als gelijke partners van de Tsjechen zouden worden beschouwd, werd Tsjechoslowakije na de oorlog opnieuw centralistisch vanuit Praag bestuurd. De invloed van de communisten was groot. Zij kregen sleutelposities in de regering, het parlement, in het leger en in de veiligheidsdienst. Grote bedrijven werden genationaliseerd. Op buitenlands politiek terrein werd de samenwerking met de Sovjet-Unie benadrukt.

Bratislava
Demonstratie in Bratislava, februari 1948.

In februari 1948 wisten de communisten door stakingen en demonstraties een situatie te creëren die de niet-communistische ministers dwong hun ontslag aan te bieden aan president Beneš. Die benoemde een nieuwe regering die gedomineerd werd door de communisten. Hiermee begon een nieuwe dictatuur, naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie, die bijna 42 jaar zou duren.

Bronnen

Filmpjes