1918 - 1938

Tsjechoslowakije was een van de staten die ontstonden op de puinhopen van het verslagen Oostenrijk-Hongarije. Het omvatte het huidige Tsjechië en Slowakije en een stuk van de huidige Oekraïne, Roethenië genaamd. Het land had al met al een zeer langgerekte vorm (zie het bijgaande kaartje). De grenzen met Duitsland, Oostenrijk en Polen waren de historische grenzen, zodat die van meet af aan vastlagen. De grens met Hongarije was nieuw. Zij werd door de geallieerden definitief vastgelegd in het verdrag van Trianon (1920). Nationalistische Hongaren zijn nog steeds verontwaardigd over het feit dat Hongarije toen 2/3 van zijn grondgebied kwijtraakte aan Slowakije, Roemenië en Joegoslavië met daarbij aanzienlijke aantallen Hongaars sprekenden.

Talen in Tsjechoslowakije
Talen in Tsjechoslowakije

Bevolkingsgroepen in 1921

Op het kaartje zien we ook dat de Duitsers en Hongaren belangrijke minderheden vormden in de nieuwe republiek. De grafiek eronder laat zien dat het aantal Slowaken veel minder dan het aantal Duitsers. Het kaartje is enigszins misleidend: het suggereert dat in de donkergroene gebieden alleen Hongaars wordt gesproken. In feite wisselen dorpen met een Hongaars sprekende meerderheid en met een Slowaaks sprekende meerderheid elkaar af.

De verschillen tussen het Tsjechische en Slowaakse deel van de republiek waren groot. Slowakije was achtergebleven, agrarisch, weinig geïndustrialiseerd, gelovig (katholiek), de mensen waren niet of laag opgeleid. Onder de Hongaren was het Slowaakstalige onderwijs om zeep geholpen, er waren nauwelijks Slowaakstalige politieke en culturele organisaties, de Slowaakse culturele organisatie 'Matica Slovenská' was al in 1875 opgeheven.

De Tsjechische samenleving had zich op economisch en cultureel terrein binnen het Oostenrijikse deel van de Habsburg monarchie veel beter kunnen ontwikkelen. Het was geïndustrialiseerd, meer verstedelijkt en seculier. De Tsjechen hadden goed georganiseerde politieke partijen, verenigingen, een ontwikkelde elite en Tsjechischtalig onderwijs tot en met gerenommeerde universiteiten.

Andrej Hlinka
Andrej Hlinka

Nadat de Hongaren uit het openbaar bestuur, het onderwijs, de spoorwegen, en de posterijen waren vertrokken, kwam er uitgebreide hulp vanuit Tsjechië om de opengevallen plaatsen op te vullen. In 1930 leefden er zo'n 120 000 Tsjechen in Slowakije. De economische ontwikkeling ging echter moeizaam. De afzetmarkten in de Habsburgmonarchie waren weggevallen en de Slowaakse economie was niet opgewassen tegen de Tsjechische concurrentie. De crisis van de jaren dertig bracht grote werkloosheid en armoede met zich mee. In de dertiger jaren had Slowakije 36% van de landbouwgrond in de hele republiek, maar slechts 23% van de landbouwproductie. De industriële productie bedroeg minder dan 8% van de hele republiek en de banken beheerden er slechts 7% van het Tsjechoslowaakse kapitaal.

Een positieve ontwikkeling was die naar een democratische rechtsstaat. Vergeleken met de buurlanden had Tsjechoslowakije een moderne en progressieve grondwet. Het verenigingsleven kon tot bloei komen, de Matica Slovenská werd heropgericht. Het onderwijs kon in het Slowaaks plaats vinden, in 1919 werd de Comeniusuniversiteit in Bratislava gesticht. Er kwamen Slowaakse politieke partijen, waarvan de Slowaakse Nationale Partij, later de Hlinka Slowaakse Nationale Partij (HSĽS) genaamd, de belangrijkste was. Leider was de rooms-katholieke priester Andrej Hlinka. Een belangrijk doel van de HSĽS en van de Slowaakse Nationale Partij (SNS) was autonomie voor Slowakije, want daarvan was, ondanks de overeenkomsten van Cleveland en Pittsburg, niets terechtgekomen. In de grondwet werd zelfs gesproken van 'het Tsjechoslowaakse volk'. De eisen van de HSĽS en de SNS vonden echter in Praag bij de heersende politieke partijen geen gehoor. Ongetwijfeld speelde de angst voor de sterke Duitse minderheid in Tsjechië hierbij een belangrijke rol: als men de Slowaken autonomie gunde, hoe kon men die dan weigeren aan de Duitse minderheid?

De crisis van de dertiger jaren sloeg ook bij de Duitse minderheid in Tsjechië hard toe. Er heerste grote werkloosheid en armoede. Vlak over de grens, in Duitsland, wist Hitler de werkloosheid in korte tijd op te heffen. De belangrijkste politieke partij van de Duitse minderheid in Tsjechoslowakije was het Sudetendeutsche Heimatfront onder leiding van Henlein. Deze partij veranderde steeds meer in een instrument in de handen van Hitler. Na de Anschluß van Oostenrijk bij Duitsland in 1938 werd Tsjechoslowakije voor een groot deel door Duitsland omringd. Henlein kwam met steeds verdergaande eisen voor de Duitse minderheid. In september 1938 probeerden (door Duitsland bewapende) groepen de macht te grijpen. Deze machtsgreep mislukte, Tsjechoslowakije kondigde de mobilisatie af. Op de conferentie van München van 29 september kwamen Engeland, Frankrijk, Duitsland en Italië nieuwe grenzen voor Tsjechoslowakije overeen. Grote delen van de republiek moesten worden afgestaan aan Duitsland. Om nieuwe conflicten te voorkomen, werden kort daarna door de Tsjechoslowaakse regering ook nog grensgebieden in Silezië aan Polen afgestaan. Op 2 november werd een nieuwe grens met Hongarije vastgelegd op een aparte conferentie van Duitsland en Italië in Wenen. Een brede strook aan de zuidkant van Slowakije (10 000km² en 850 000 inwoners, van wie 270 000 Slowaken) werd aan Hongarije afgestaan.

Tiso
Jozef Tiso

In het gebied dat van Tsjechoslowakije overbleef veranderde er ook veel. President Beneš trad af, en de regering had het druk met maatregelen in verband met de nieuwe grenzen. De HSĽS maakte van de gelegenheid gebruik om de autonomie van Slowakije af te kondigen, daartoe gesteund door vertegenwoordigers van nog vijf Slowaakse partijen. De centrale regering in Praag accepteerde dit en benoemde een autonome regering van het Slowaakse gebied met aan het hoofd Jozef Tiso van de HSĽS. Hlinka was in augustus overleden en Tiso was hem als leider van de HSĽS opgevolgd. Ook Tiso was een rooms-katholieke priester. De naam van de republiek veranderde in Tsjecho-Slowakije (met koppelteken). De Tsjecho-Slowaakse regering werd meer autoritair; linkse partijen werden opgeheven en veel traditionele burgerlijke partijen moesten fuseren. De bevoegdheden van het parlement werden beperkt en antisemitische en fascistische propaganda kreeg alle ruimte. De regering van het Slowaakse gebied vestigde een eigen soort diktatuur. Linkse politieke partijen werden opgeheven, burgerlijke partijen moesten zich ontbinden of onder druk fuseren met de HSĽS. Het regime onwelgevallige organisaties werden verboden en bij de 'verkiezingen' van december 1938 kon alleen de HSĽS meedoen. Op straat werd het er niet gezelliger op. De Hlinka garde, een paramilitaire organisatie naar het voorbeeld van de duitse SA, beheerste het straatbeeld en nam het initiatief tot het treiteren van Joden.

Bronnen

Boeken
  • Róbert Letz (2010) Slovenské Dejiny IV 1914 - 1938, Bratislava: Literárne Informačné Centrum.
  • Ľubomír Lipták (2011) Slovensko v dvadsiatom storočí, Bratislava: Kalligram.
  • Elena Mannová (ed.) (2003) Krátke Dejiny Slovenska, Bratislava: Academic Electronic Press.
Filmpjes