Reis naar Praag (\(\pm\) 1490)

In de jaren 80, bij een bezoek aan boekhandel Pegasus, viel mijn oog op een boekje met de titel Wanderbüchlein des Johannes Butzbach, genannt Piemontanus. Op de omslag een middeleeuwse tekening van een wandelaar en uit de flaptekst begreep ik dat het om een autobiografie ging van iemand die aan het einde van de vijftiende eeuw voettochten had gemaakt door Zuid-Duitsland en Bohemen en naar Deventer. Ik had zelf ook wandelingen in Tsjechië gemaakt en woonde destijds in Deventer, dus dat boekje kon ik niet laten liggen. Het was uitgegeven in Oost-Berlijn en voor DDR-begrippen prachtig uitgevoerd en geïllustreerd.

Omslag
Omslag van het boekje

De auteur, Johannes Butzbach, is in 1477 in Miltenberg, ten zuid-oosten van Frankfurt, geboren. Nadat hij door een onderwijzer verschrikkelijk was afgeranseld wegens spijbelen, werd hij door zijn ouders van school gehaald. Daarna vertrouwden ze hem op elfjarige leeftijd toe aan de hoede van een oudere buurjongen die met hem op stap ging om een betere school voor Hans (Johannes) te zoeken. De buurjongen zorgt echter niet goed voor Hans. Nadat hij het meegekregen geld er door had gejaagd, stuurt hij Hans uit bedelen en later zelfs uit stelen. Ongehoorzaamheid wordt bestraft met de roe.

School
Onderwijzer (met roe) en leerlingen (Augsburg 1471)

Van 1488 tot 1494 trekken ze eerst samen door Zuid-Duitsland, en nadat Hans zijn begeleider van zich heeft afgeschud, gaat hij alleen verder, in Noord-Bohemen. Daar leeft hij tussen de ketters, die hij als gelovig katholiek verafschuwt. Die ketters zijn volgelingen van hervormer Johannes Hus1. Tenslotte bereikt Hans "de hoofdstad van het koninkrijk, die in hun taal Praha, dat betekent Drempel, wordt genoemd." Het boek vervolgt met een beschrijving van Praag:

"Praag is beroemd door zijn koningsburcht, waarin de heilige Wenzel rust. Zij is in drie stadsdelen verdeeld, waar de Moldau tussendoor stroomt. Ieder stadsdeel wordt van de andere stadsdelen gescheiden door een muur en vormt op zich al een stad. Toch vormen de drie delen samen die ene stad Praag. Er is een Nieuwe Stad2 en een Oude Stad3, die beide alleen door ketters worden bewoond. Het andere stadsdeel met de burcht ligt boven de rivier en wordt bewoond door katholieken. En de koning4, die ook Hongarije en het markgraafschap Moravië bezit, is zeer christelijk gezind. Op een keer zou hij bij een diner bijna door ketters zijn vermoord, als niet een van hen, die hem trouw gebleven was, hem op het laatste ogenblik door middel van een brief had gewaarschuwd."

"Deze stad is, zoals de Boheemse kronieken vertellen, kort na de tijd van Abraham gesticht, evenals de steden Trier en Worms, en zij was reeds toen de zetel van koningen en bisschoppen. In het kleinere stadsdeel5 dat is verbonden met de heuvel waarop de koninklijke burcht staat, bevindt zich ook de bisschoppelijke Sint Vitus-dom. De Oude Stad ligt helemaal in de vlakte en is met prachtige gebouwen gesierd, waaronder het Gerechtshuis, de markt, het uitgebreide raadhuis en het Collegium6, die alle door Karel IV zijn gesticht. De beide zijden van de stad zijn met elkaar verbonden door middel van een brug die op vierentwintig bogen rust. De twee delen van de grotere zijde zijn door een diepe, aan beide kanten door een muur verdedigde gracht gescheiden. Het verst weg gelegen deel, de Nieuwe Stad, strekt zich ver en breed uit tot aan de heuvels. In dit deel is de beroemde kerk van de heilige Catharina en van Karel de Grote te zien. Daar bevindt zich ook een opvallend, op een burcht gelijkend gebouw, waarin een van heinde en verre bezocht Collegium zijn zetel heeft."

Sytse Knypstra


  1. Johannes Hus, in 1415 wegens ketterij veroordeeld tot de brandstapel 

  2. Nové Město 

  3. Staré Město  

  4. Wladislaw II, 1471 - 1516 

  5. Malá Strana 

  6. De Karelsuniversiteit