Uitgegeven, bewerkt en van een nawoord voorzien door Leonhard Hoffmann

De tekst is gebaseerd op: Johannes Butzbach, Chronica eines fahrenden Schülers oder Wanderbüchlein.
Uit het Latijnse handschrift vertaald door D.J. Becker, Regensburg 1869.

Voorwoord van de benediktijner monnik Johannes van Miltenberg in Laach aan zijn broer Philipp Drunck, student te Münster in Westfalen

Enige tijd geleden heb je, lieve broer Philip, de wens geuit dat ik jou een korte beschrijving van mijn voettochten in de Duitse taal zou geven, zodat je, door het vaak te lezen, in Westfalen je moedertaal niet zult vergeten1, en het voor je, door het voorbeeld van de ellende die mij sinds mijn jeugd vergezelde, gemakkelijker wordt om de druk van de school geduldig te doorstaan. En volgens de brieven die enkele studenten uit Münster mij hebben overgebracht, geldt je verzoek nog steeds. Dus je brengt me ertoe me weer met oude dingen bezig te houden, die ik nu liever zou vergeten, om me indachtig de woorden van de apostel te richten op wat voor me ligt. Daarmee stel ik me tegelijk bloot aan de spot van de serieuze mannen die me kinderlijk of opschepperig, onbescheiden en ijdel zullen vinden, omdat ik mij aanmatig mijn eigen verhaal met al hun dwaasheden te schrijven, alsof het het verhaal van een excellente, beroemde of heilige man zou zijn en dat verhaal naar jou in verre, vreemde gebieden te sturen. Aan de andere kant zal ik bij jou zoveel rechters aantreffen, als je daar klasgenoten hebt, die ongetwijfeld veel meer thuis zijn in de geesteswetenschappen dan ik. Hoewel ik heel goed weet dat ik aan critici geen gebrek zal hebben, geef ik er de voorkeur aan mij bloot te stellen aan hun kritiek in plaats van mijn verhaal erbij te laten zitten en daarmee jouw broederliefde te verspelen. Want je genegenheid, toewijding en precieze volgzaamheid jegens mij is zo groot dat je op mijn advies, ook al was je nog maar een jongen, je geboorteplaats, broers, zussen en vrienden, en lieve ouders hebt verlaten. Want terwijl je nog nauwelijks een stap buiten de deur van je ouderlijke woning had gezet liep je dertig mijlen ver naar mij toe en van hier naar Westfalen, waar je jezelf nu wijdt aan de schone wetenschappen. Ik zal dan ook graag aan je wensen voldoen. Ik wil in je ballingschap die je op mijn advies ondergaat, bij gebrek aan materieel comfort, je tenminste geestelijk opbeuren met mijn reeds lang geleden beleefde en bijna vergeten ervaringen die mij nu nog te binnen willen schieten. Dus ik wil je op je dringende verzoek mijn verhaal in een notendop vertellen. Het is prettig om te praten over de goede afloop als je in de haven bent na veel stormen en gevaren. Ook kan het de moeite waard zijn om zich met zo'n klus enigszins te ontspannen tegen de achtergrond van onze strenge levensstijl, zoals de Attische fabeldichter Aesopus2 reeds zegt: "Zoet lijkt ons het ernstige beeld, gekoppeld aan humor." Ook geeft het meer plezier als men afwisseling in zijn studie kan brengen; sterker nog, waar deze afwisseling ontbreekt, kan er geen volharding zijn. Of zoals iemand anders treffend zegt: "Tussen je zorgen door zou je jezelf soms blij moeten maken."

❡ Opdat je nu sneller en met meer liefde en plezier de Latijnse taal leert gebruiken, waarin, zoals je niet mag vergeten, het doel van je verblijf aldaar bestaat, geef ik er de voorkeur aan jou het gevraagde verhaal in mijn eenvoudige en ongepolijste Latijn te geven in plaats van, zoals je mij verzocht, het in onze moedertaal Hoogduits te schrijven. Bovendien weet je ook dat ik het Hoogduits bijna ben vergeten, althans niet zo puur kan spreken zoals onze landgenoten, aangezien ik sinds mijn jeugd in vreemde streken heb gewoond. Daarbij lijkt het me nuttig dat als je het Latijn goed wilt leren beheersen, dat je meer oefent in lezen, schrijven en vooral in het spreken van Latijn dan Duits, zelfs als je Latijn voorlopig minder goed zou zijn. Want het gezegde luidt immers: "Wie op school is gegaan, die spreekt niets anders dan Latijn!"

❡ Maar genoeg hierover; ik heb je deze dingen al geleerd toen je nog hier was. Ik zal je nu vertellen over mijn lange reis in den vreemde en over het harde lot dat mij ten deel is gevallen; dus in het licht hiervan zul je het jouwe gemakkelijker kunnen dragen.


  1. Münster in Westfalen behoorde tot het Nederduitse taalgebied, terwijl de moedertaal van Philipp Drunck het Hoogduits was. 

  2. Aesopus (6e eeuw voor Christus), Griekse fabeldichter.