Het trekkersboekje van Johannes Butzbach uit Miltenberg

In de jaren 80, bij een bezoek aan boekhandel Pegasus, viel mijn oog op een boekje met de titel Wanderbüchlein des Johannes Butzbach, genannt Piemontanus. Op de omslag een middeleeuwse tekening van een wandelaar en uit de flaptekst begreep ik dat het om een autobiografie ging van iemand die aan het einde van de vijftiende eeuw voettochten had gemaakt door Zuid-Duitsland en Bohemen en naar Deventer. Ik had zelf ook wandelingen in Tsjechië gemaakt en woonde destijds in Deventer, dus dat boekje kon ik niet laten liggen. Het was uitgegeven in Oost-Berlijn en voor DDR-begrippen prachtig uitgevoerd en geïllustreerd.

Omslag
Omslag van het boekje

De auteur, Johannes Butzbach, is in 1477 in Miltenberg, ten zuid-oosten van Frankfurt, geboren. Nadat hij door een onderwijzer verschrikkelijk was afgeranseld wegens spijbelen, werd hij door zijn ouders van school gehaald. Daarna vertrouwden ze hem op elfjarige leeftijd toe aan de hoede van een oudere buurjongen die met hem op stap ging om een betere school voor Hans (Johannes) te zoeken. De buurjongen zorgt echter niet goed voor Hans. Nadat hij het meegekregen geld er door had gejaagd, stuurt hij Hans uit bedelen en later zelfs uit stelen. Ongehoorzaamheid wordt bestraft met de roe.

School
Onderwijzer (met roe) en leerlingen (Augsburg 1471)

Vanaf 1488 trekken ze eerst samen door Zuid-Duitsland, en nadat Hans zijn begeleider van zich heeft afgeschud, gaat hij alleen verder, in Noord-Bohemen. Daar leeft hij tussen de ketters, die hij als vroom katholiek verafschuwt. Die ketters zijn volgelingen van hervormer Johannes Hus1. Hij valt in handen van heren die hem uitbuiten, totdat het hem lukt te vluchten en naar Miltenberg terug te keren. Hij is dan zeven jaar van huis geweest.

Nadat hij een vak heeft geleerd als kleermaker in Aschaffenburg en dit vak heeft uitgeoefend in het klooster Johannisberg, besluit Johannes om toch nog verder te studeren. Hij kiest Deventer als doel, waar hij gaat studeren aan de gerenommeerde Latijnse school die destijds onder leiding stond van Alexander Hegius. In Deventer tobt Johannes met zijn gezondheid en besluit hij weer zuidwaarts te trekken. Hij treedt in in het benediktijnerklooster Maria Laach, bij Koblenz, en wordt uiteindelijk prior. In 1506 beschrijft hij voor zijn halfbroer zijn reizen in het boek Odeporicon, in het Latijn. Hij sterft in 1516. Het boekje 'Wanderbüchlein des Johannes Butzbach, genannt Piemontanus' is een vertaling van Odeporicon in het Duits.

Versies


  1. Johannes Hus, in 1415 tijdens het Concilie van Konstanz wegens ketterij veroordeeld tot de brandstapel